August De Boeck

Biografie

August De Boeck werd geboren te Merchtem op 9 mei 1865 als zoon
van Florentinus (1826-1892) en Petronella Amelia Briers (1821-
1895). Vader was dorpsorganist en regionaal agent voor de financiële
instelling Langrand. Ten gevolge van het bankroet van Langrand in
1871 werd hij een totaal geruïneerd man. Hij betaalde persoonlijk al
de sommen terug die hem waren toevertrouwd.

Vader De Boeck ontdekte al vrij vlug de muzikale aanleg van zijn zoon,
gaf hem zijn eerste muzieklessen en liet hem regelmatig les volgen bij
bekende musici-organisten uit de streek: Benoit Vereertbrugghen uit
Opwijk en Jozef Vastersavondts uit Asse. Nadien genoot hij grondig
onderricht aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel. Hij
studeerde harmonie bij Joseph Dupont, contrapunt en fuga bij Hubert
Ferdinand Kufferath en orgel bij Alphonse Mailly en behaalde er eerste
prijzen. In 1891 behaalde hij ook de virtuositeitprijs voor orgel.
Orkesttechniek en compositie studeerde hij bij zijn vriend en privéleraar
Paul Gilson (1865-1942).

De Boeck kende een lange loopbaan in het muziekonderwijs. Hij begon
als pianoleraar aan de toenmalige bekende kostschool Lindemans te
Opwijk (1883-1898) en was reeds in zijn studietijd monitor voor orgel
bij zijn leermeester Mailly (1886-1903). De Boeck werd leraar
harmonie aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te
Antwerpen (1909-1920) en aan het Koninklijk Conservatorium te
Brussel (1920-1930). Onder zijn voornaamste leerlingen bevonden
zich te Antwerpen August L. Baeyens, Jef Van Hoof, Renaat Veremans,
Arthur Verhoeven en te Brussel Jan De Middeleer, Charles Hens en
Gaston Feremans. Van 1921 tot 1930 was hij directeur van de
Stedelijke Muziekacademie te Mechelen, die dankzij De Boeck werd
bevorderd tot Stedelijk Muziekconservatorium.Van 1919 tot 1921 was
hij tijdelijk inspecteur van het muziekonderwijs in het Vlaamse
landsgedeelte.

Als organist was hij werkzaam aan de O.L.Vrouwkerk te Merchtem
(1892-1895), aan de Sint-Bonifaciuskerk te Elsene (1894-1920) en
aan de kerk van de karmelieten te Brussel (1900-1921). Hij werd
verkozen tot corresponderend lid (1920) en tot werkend lid (1924) van
de Koninklijke Academie van België en werd Commandeur in de
Leopoldsorde (1934). August De Boeck overleed, ten gevolge van een
hartaderbreuk, op 9 oktober 1937 te Merchtem, waar hij sinds zijn
pensionering in 1930 definitief verbleef.

De Boeck schreef niet minder dan 350 composities in alle genres:
Vele orkestwerken, zes opera’s, niet minder dan 110 liederen zowel
op Nederlandstalige als op Franstalige teksten, 17 cantates,
koorwerken, zangspelen, operettes, toneelmuziek, balletten en 50
stukken of bundels voor piano, 6 werken voor orgel, een twintigtal
composities voor andere solo-instrumenten. Tenslotte vermelden we
een dertigtal werken voor harmonie of fanfare en een veertigtal
religieuze werken.


Schuiven naar boven